Caelian: Wendy's dagboek

1.

 

 

“Het litteken op mijn onderarm van de ijzeren haak is het enige dat de herinnering nog enigszins levendig houdt. Al is het maar voor enkele seconden. Dan vervaagt alles weer en vraag ik me voor de zoveelste keer af of ik het toch niet allemaal gewoon gedroomd heb. Gisteravond was de eerste keer dat ik niet voor het raam heb staan kijken. De eerste keer dat ik het niet open heb laten staan. Voor hem. Voor wie? Ik weet niet eens meer zeker hoe hij eruitzag.”

 

Eavan liet de lucht zo hard uit haar longen ontsnappen, dat de pagina van het dagboek bijna terugsloeg. Ze nam nog een slok koffie, maar de zakjes met poeder haalden het bij lange na niet bij een latte thuis. De laatste cervanna die ze onderweg waren tegengekomen, had in iets gehandeld dat verdacht veel op koffie leek, maar uiteindelijk een poedertje voor aambeien bleek te zijn. Ook best handig als je zo lang in je stoel zat om een dagboek en routes te bestuderen dat je kont er pijn van ging doen, maar het ergerde haar dat ze er haar laatste repen chocolade voor had verruild. Die waren toch al veel sneller op gegaan dan haar lief was. De leider van de betreffende cervanna – een algemeen bekende term voor door de ruimte reizende groepen handelaren - had haar of niet goed begrepen, of haar grandioos beduveld. Aan de zakvertaler kon het in ieder geval niet liggen, die was uitvoerig getest en geüpdatet voor ze waren vertrokken.

      Met haar wijs- en middelvinger streek Eavan over de laatste pagina. Het papier was vergeeld, maar het nette handschrift nog goed te lezen.

      ‘Ef?’

      Eavan draaide zich half om in haar stoel bij het horen van Chris’ stem. Hij droeg een frons met zich mee die de huid van zijn voorhoofd in twee golvende rimpels omlaag trok. En toch krulden de uiteinden ervan boven zijn ogen op een aantrekkelijke manier een heel klein beetje omhoog. Eavan wist even niet of ze zich zorgen moest maken of moest glimlachen.

      ‘We moeten een omweg maken,’ zei hij.

      ‘Waarom?’ vroeg ze.

      ‘De radar geeft een meteorietenregen aan, geen al te grote, maar ik wil toch het zekere voor het onzekere nemen.’

      Voor een kort moment liet Eavan zich afleiden door de knappe gelaatstrekken van haar collega en beste vriend. Met zijn brilletje op leek hij altijd een beetje een nerd en hoewel ze dat schattig vond, had ze altijd het gevoel dat de intelligentie in zijn ogen pas echt goed te zien was op het moment dat hij zijn bril juist niet op had. Om nog maar te zwijgen van de manier waarop zijn ogen, die de intense kleur van koffiebonen hadden, tot leven kwamen zonder bril.

      Oh, koffie …

      Ze knikte en produceerde alsnog de glimlach die ze achter had gehouden.

      Chris keek van haar weg naar het dagboek onder haar hand en wees er kort naar. ‘Nog iets nieuws ontdekt?’

      ‘Nee. Ik word er een beetje droevig van, steeds als ik het weer lees. Die allerlaatste zinnen.’ Ze trok lichtjes met de nagel van haar duim over de naad tussen de pagina’s. ‘Het is zo triest dat ze hem vergeten is, alles vergeten is. Ik heb gehoord dat ze een week nadat ze deze laatste zinnen heeft geschreven niet eens meer zijn naam wist.’

      ‘Mag ik je eraan herinneren dat we tot op de dag van vandaag niet eens voor de volle honderd procent zeker weten of dat hele verhaal wel echt gebeurd is,’ merkte Chris op.

      Eavan trok haar neus op. ‘Dat zou betekenen dat mijn over-over- en-nog-veel-meer-overgrootmoeder compleet gestoord was en dat weiger ik te geloven.’ Ze keek haar vriend met één oog half dicht geknepen aan. ‘Wij gaan met deze expeditie bewijzen dat ze de waarheid sprak, dat alles wat ze in haar dagboek heeft opgeschreven echt is gebeurd. Dat hij echt heeft bestaan, misschien zelfs nog steeds bestaat.’

      ‘Ef, ik ben met je meegegaan op deze reis, omdat we op het punt staan een nieuwe planeet te ontdekken, ver weg van ons eigen zonnestelsel. Jij bent er heilig van overtuigd dat die planeet de wereld is waar jouw voorouder zegt terecht te zijn gekomen toen ze nog maar een jong meisje was. Tegenwoordig weten we dat er duizenden, misschien wel miljoenen mensen door buitenaardse wezen zijn meegenomen door de eeuwen heen, sommige voorgoed, anderen zijn netjes teruggebracht. Het is in deze moderne tijd, waarin wij handel drijven met inwoners van verschillende andere planeten, niet meer ondenkbaar dat jouw voorouder op de een of andere manier op een nog ontdekte planeet terecht is gekomen met haar broers, dat geef ik ook toe. Het is alleen zo …’

      ‘Zo wat?’ Het kwam er agressiever uit dan Eavan had gewild, maar Chris kon haar soms het bloed onder de nagels vandaan halen met zijn eeuwige nuchterheid en negativiteit.

      ‘Vergezocht,’ besloot hij, terwijl zijn blik van haar weg dwarrelde. ‘Met name dingen als elfenstof.’

      Eavan schokschouderde, alsof ze zijn negatieve gedachten van zichzelf af wilde schudden. ‘Ze was nog jong, misschien zag zij dingen heel anders dan dat ze in feite waren. Elfenstof kan net zo goed een of ander energiespoor zijn geweest van een ruimteschip of iets dergelijks. Het is …’ Ze stokte in haar woorden toen ze zijn hand op haar schouder voelde, die daar zachtjes in kneep. Toen ze naar hem opkeek, glimlachte hij warm en bijna verontschuldigend.

      ‘Ik wil je ook niet ontmoedigen, Ef, maar ik wil ook niet dat je je te veel hoop maakt. Zelfs als dit DE planeet is, wie zegt dat degenen die jouw voorouder heeft gekend nog in leven zijn. Het is zo lang geleden.’

      ‘Ik weet,’ verzuchtte ze. ‘Maar het zou voor mij al een genoegdoening zijn die verhalen te kunnen bewijzen. Te kunnen bewijzen dat ze NIET gek was.’

      Zijn hand gleed van haar schouder en verdween in de broekzak van zijn jeans. ‘Het is hoe dan ook al een avontuur op zich.’ Zijn glimlach werd breder, jongensachtig.

      Ze knikte met een schaapachtige grijns. ‘Ga jij nou maar de koers aanpassen, voordat we straks botsraketje gaan spelen.’

      ‘Ai ai, kapitein.’ Chris salueerde spottend en ging terug naar de cockpit.

      Eavan richtte haar aandacht weer op het dagboek. Ze legde het verschoten leeslint dat in het boek vast zat over de naad en maakte het dagboek vervolgens voorzichtig dicht.

      Na jaren hard werk waren ze nu op weg naar een planeet die misschien niet eens bestond. Het enige bewijsmateriaal en aanknopingspunt dat ze hadden, was dit dagboek. Een dagboek dat al generaties lang in het bezit van haar familie was en uit was gegroeid tot een verhaal dat wereldwijd bekend en geliefd was geworden. Over een land waar magie nog leefde, waar elfenstof je kon laten vliegen en waar kinderen altijd kinderen bleven.

 

2.

 

Eavan stootte een schorre kreet uit toen het enorme brokstuk recht op hun voorruit af kwam. ‘NAAR LINKS.’

      Het leek alsof Chris net een seconde te laat reageerde, wat haar deed wensen dat ze zelf achter het roer zat. Ze durfde te zweren dat ze de brok meteoriet langs de zijkant van hun schip kon horen schrampen.

      ‘Chris, idioot!’ Als ze hem had kunnen aanraken, had ze hem een venijnige stomp verkocht. Nu kon ze hem alleen maar boos aankijken. Tijdens haar opleiding tot piloot had men haar gezegd dat zwaar intelligente mensen vaak minder gemakkelijk kunnen vliegen. Het levende bewijs daarvan had hen zojuist bijna de dood in gejaagd.

      Tijd om te katten was er echter niet, want het gevaar was nog niet geweken.

      ‘Je zou ons toch om die meteorietenregen heen leiden!’ riep Eavan, terwijl nog meer brokstukken hun kant op kwamen.

      ‘Ik geloof niet, dat dit dezelfde regen is die ik heb gezien op de radar.’ Chris verhief eveneens zijn stem, omdat hun schip op dat moment aardig begon te schokken en er spontaan twee verschillende alarmsignalen afgingen.

      Met elke seconde leken de brokstukken in aantal toe te nemen. Nog even en ze zouden helemaal niet meer uit kunnen wijken.

      ‘Mijn beurt!’ Met een paar gehaaste bewegingen van haar vingers overschreef Eavan de commando’s die Chris op dat moment had en nam het roer over. ‘Jij bakt hier niks van!’   

      ‘Ik hou ook van jou,’ mompelde hij op verongelijkte toon, maar hij zakte braafjes terug in zijn stoel.

      Meteen moest Eavan uitwijken en vlak daarop stuurde ze de romp van het schip pijlsnel omlaag om onder een meteoor door te schieten die hen anders vol van voren zou hebben geraakt. Ze was een eersteklas piloot, maar ook zij zag al snel dat er veel te veel puin op hen af kwam om alles te kunnen ontwijken. Ze wierp een blik op de radar, waar de brokstukken in een felrode kleur naar de stip van hun schip toe bewogen. Het scherm werd er bijna volledig mee gevuld. Van het ene op het andere moment waren ze midden in de regen terecht gekomen en konden geen kant meer op.

      Eavan klemde haar kaken op elkaar. ‘Zet je schrap, hier zullen we niet zonder brokken uit komen!’

      Met een luid gebrul stemde het schip met haar in. Ze werden heen en weer geslingerd in hun stoel, maar Eavan probeerde al haar aandacht bij de knoppen op het paneel voor haar te houden. Telkens als ze een gat te midden van al het agressieve rood zag, hoe vreselijk klein ook, stuurde ze het schip ernaartoe.   Er klonk een nieuwe brul van het schip, gevolgd door een snerpend geluid dat al het andere overstemde. Het geluid van openscheurend titanium.

      Opeens verloor Eavan de macht over het roer. Het maakte niet uit welk commando ze invoerde, het schip luisterde niet meer naar haar. Twee brokstukken kwamen recht op hen af. Eavan sloot haar ogen. Ze hoorde nog meer scheurende en barstende geluiden toen de klap kwam. Het schip kantelde zo ver naar links dat het kort op zijn zij terecht kwam, alvorens weer vanzelf terug te draaien. Eavan verwachtte nog meer botsingen, maar vreemd genoeg bleven die uit. Het hele schip leek zelfs volledig stil te vallen, op het geluid van de alarmsignalen na. Ze waagde het een ooglid op te trekken en even dacht ze dat ze al gehemeld was, want wat ze zag, kon niet kloppen.

      Er was nergens meer een brok meteoriet te zien. In plaats daarvan ving ze kort een glimp op van een overwegend blauwe planeet met een grote pluk groen vlak voor hen, voordat het schip opnieuw aan alle kanten begon te schokken en een dikke nevel hun hele voorruit ondoorzichtig maakte. Tegelijkertijd voelde ze het schip naar voren hellen en schreeuwde Chris ‘we storten neer!’, één tel voordat Eavan dat zelf ook besefte. De nevel schoot in flitsende vlagen langs de ruit, maar hier en daar zag ze strepen helderblauw. Het schip schokte zo erg, dat ze het gevoel had dat haar ingewanden en hersenen door elkaar geschud werden alsof ze in een shakebeker was veranderd. Als de gordels haar niet zo strak in haar stoel hadden gehouden, was ze zo door de voorruit gevlogen.

      Ze braken door de atmosfeer heen van de planeet die ze zojuist heel kort had gezien. Althans, dat nam ze aan. De nevel begon steeds meer plaats te maken voor blauwe lucht met flarden van wolken. Ver onder hen kon Eavan de contouren van een eiland zien liggen, met precies in het midden een kratervorm die een vulkaan aangaf. Tegen beter weten in probeerde ze nogmaals of het schip zich inmiddels weer besturen liet. Ze schrok geweldig toen ze merkte dat zelfs de ontsnappingcapsules volledig geblokkeerd waren. Ze stortten neer en konden niet eens het schip verlaten.

      Ze keek opzij naar Chris, die op dat moment ook zijn hoofd naar haar toe draaide. Ze wist dat de uitdrukking op haar eigen gezicht niet veel verschilde van die van hem. Hij had de bewegingen van haar vingers over het paneel gevolgd, hij wist ook hoe ze ervoor stonden. Ze wenste dat ze hem aan kon raken. In plaats daarvan probeerde ze hem met een zwakke glimlach moed in te spreken. Die brak echter stellig toen ze besefte hoe vreselijk ze haar beste vriend zou missen. Wat ze allemaal achter zou laten. Hoe ongelooflijk oneerlijk het was zover te zijn gekomen en dan gewoon neer te storten zonder haar droom te hebben verwezenlijkt.

      Ze vestigde haar nu troebel wordende blik weer op het in rap tempo groter wordende eiland, dat volledig bezaaid was met bossen in verschillende tinten groen en nu ook eromheen de inkepingen van lagunes begon te vertonen. Als ze mazzel hadden, kwamen ze in het water terecht, dan hadden ze de grootste kans van overleven. Het gebergte van de vulkaan betekende waarschijnlijk een snelle dood. Het ergste was, dat ze machteloos zouden moeten afwachten, zonder enige mogelijkheid het schip een bepaalde kant op te dirigeren.

      Wat had ze in haar 25 jaar bereikt? Ze had een ruimteschip gebouwd, dit schip. Haar carrière was nog maar net begonnen, er was nog zoveel te bereiken, niet alleen een fantoomplaneet vinden, maar nog veel meer dingen ontdekken die nu nog buiten het bereik van de mens lagen. Al het andere had altijd op een laag pitje gestaan. Ze had wel hier en daar een vriendje gehad, maar nooit het gevoel ervaren van echt smoorverliefd zijn, je leven willen delen met iemand. Toch had ze altijd gehoopt dat ooit te vinden.  

      Chris schreeuwde iets naar haar, maar ze kon het niet verstaan boven het oorverdovende kabaal uit. Ze wist dat, als ze hem nog eens aan zou kijken, ze zichzelf niet meer in de hand zou hebben. Ze besefte dat ze nog dingen tegen hem wilde zeggen, dingen die voorheen nooit zo belangrijk, misschien zelfs stom, hadden geleken, maar nu opeens van levensbelang waren, nu ze hun dood tegemoet stortten. Maar ze kon het niet. Het was alsof dat alles echter maakte. Alsof ze al had opgegeven.

      Het was geen water en het waren geen rotsen die hen tegemoet kwamen. Een waas van groen wachtte hen op. Een heftige klap maakte dat Eavans tong hard tussen haar tanden terecht kwam en ze bloed proefde. Er volgden meerdere klappen achter elkaar en hun snelheid nam drastisch af, maar het was bij lange na niet voldoende om de uiteindelijke klap te voorkomen. De klap die alles zwart maakte.

 

Iets zachts raakte haar wang. Als de vleugels van een vlinder. Het zuchtje wind dat dit veroorzaakte, verjoeg het laatste restje zwart uit haar hoofd, dat ontzettend bonkte.

      Eavan opende haar ogen en tilde moeizaam haar hoofd een stukje op. Het eerste dat ze zag, was de zwaar beschadigde voorruit. Op een plek was er een tak doorheen gegaan, die Chris ternauwernood had gemist.

      Chris …

      Hij hing voorover in zijn gordels. Bloed sijpelde langs zijn slaap en wang de kraag van zijn pak in. Hij verroerde zich niet.

      ‘Chris.’ Het was meer kraken dan praten. Ze probeerde haar keel te schrapen, maar proefde nog meer bloed en slikte met een huivering van afkeer. Ze worstelde met de gordels en toen ze ze eenmaal los had en overeind kwam, bezweken haar knieën. Ze wist zich nog net aan de stoel vast te grijpen voor ze helemaal neer ging. ‘Chris!’ riep ze nu met wat meer volume, terwijl de angst in haar omhoog begon te kruipen. Gek genoeg voelde deze angst veel beklemmender dan bij het daadwerkelijke neerstorten. Het idee dat zij overleefd had en hij niet …

      ‘Chris!’ Ze gebruikte het paneel om naar hem toe te schuiven en klemde zich aan hem vast. Zijn bril zat scheef over zijn gezicht en een pootje was gebroken. Beide brillenglazen waren wonder boven wonder nog heel. Ze probeerde aan hem te schudden, maar wist niet bijster veel kracht op te brengen. Hete tranen begonnen al op te wellen in haar ogen. ‘Chris! Chris, kom op!’ Woede vermengde zich met de kille paniek en ze greep hem bij zijn kraag om toch een ruk aan hem te geven.

      Er klonk een kreun. Even dacht ze dat die uit haar eigen borstkas was gekomen, maar toen bewoog Chris en opende eindelijk zijn ogen. Zijn blik vond de hare en hij glimlachte. Hij glimlachte!

      Eavan beseft opeens dat ze half op zijn schoot zat en de tranen uit haar ogen waren geglipt en op zijn neus en mond vielen. Vlug zocht ze houvast aan zijn stoel en ging naast hem staan. ‘Is alles goed?’

      Chris rechtte zich en voelde aan het bloed dat uit zijn hoofd liep. ‘Koppijn,’ kreunde hij.

      ‘Ik ook!’ Eavan merkte hoe hysterisch ze klonk en gaf zichzelf een denkbeeldige oorvijg. Het was gewoon de opluchting.

      Hij keek langs haar heen naar de voorruit en een stuk gras dat te zien was te midden van dikke boomstammen. ‘Niet te geloven. We leven nog …’ Hij keek haar aan. ‘Stevig scheepje heb je gebouwd.’

      ‘Hebben wij gebouwd, ja,’ reageerde Eavan. Toen ze ook weer naar buiten keek, stak de ziel van de ontdekkingsreiziger in haar de kop weer op en ze kreeg meteen zin eropuit te trekken. Het leek haar alleen geen al te goed idee dat zonder voorbereidingen te doen. Ze wisten niet eens of de atmosfeer hier in te ademen was en niet giftig voor hen. Van wat ze zag van de natuur buiten, leek het allemaal heel kalm en vredig, maar je kon nooit weten. De apparatuur van hun ruimteschip was te zeer beschadigd om de waarden buiten te meten, maar ze hadden ook nog zakapparatuur.

      ‘Ik ga even kijken wat we nog aan spullen hebben,’ kondigde ze aan.

      Chris hield haar tegen toen ze wankel op weg wilde gaan. ‘Rustig aan, Ef. Ik help je, maar laten we gewoon even rustig aan doen.’ Hij scheen er net zo van onder de indruk te zijn dat ze gewoon nog in leven waren als zij. Het moest even bezinken.

      Chris kwam een beetje soepeler uit zijn stoel dan Eavan. ‘Eerst maar even een medkit zoeken,’ zei hij.

      Terwijl ze onderweg steun zochten aan panelen en andere houvast spoorden ze hun medkits op. Eavan controleerde zichzelf kort en kon op het eerste gezicht geen verwondingen vaststellen. Chris’ hoofdwond was gelukkig oppervlakkig en in een oogwenk genezen met de ultramoderne medische instrumenten die ze hadden. Nu ze zijn gezicht in haar handen had, herinnerde ze zich weer wat ze allemaal tegen hem had willen zeggen toen ze een gewisse dood tegemoet gestort waren. Ze voelde hitte naar haar wangen stijgen en liet hem los.

      ‘Wat?’ vroeg hij, oplettend als altijd.

      Eavan ontweek zijn vraag. ‘Ik pak de handapparatuur wel even. We moeten eerst de lucht buiten controleren voor we het schip verlaten.’

      ‘Ik denk dat het beter is als we zo snel mogelijk het schip repareren, Ef.’ Chris stopte de spullen terug in de medkit en sloot de deksel. ‘Ik ga in ieder geval de reparatiecyclus starten, dan kunnen we daarna kijken wat nog met de hand moet gebeuren.

      Eavan was even te verbaasd om te antwoorden. ‘Je wilt niet op verkenning uitgaan?’ concludeerde ze vervolgens.

      ‘We weten niet eens waar we zitten.’

      ‘Nou, we zijn van onze koers af gegooid door die regen, maar die koers leidde ons tussen Yucon II en Excellar door en daar waren we al voorbij. En van Excellar naar de volgende bewoonde planeet, Corr, is het nog wel even. Dus …’ Ze vouwde haar armen over elkaar.

      ‘Dus denk jij dat we op een onbekende planeet terecht zijn gekomen?’ De toon in Chris’ stem klonk bijna verveeld.

      Eavan merkte dat de irritatie haar hoofdpijn alleen maar erger maakte en probeerde zichzelf te kalmeren. ‘Wat denk jij dan?’

      Chris moest daar even over nadenken. En zoals vaak wanneer hij geen intelligent antwoord wist, schokschouderde hij en zei zakelijk: ‘Het maakt niet uit wat ik denk, ik wil het liever zeker weten.’

      ‘Ik pak de zaknavi.’ Eavan zocht haar weg naar de achterkant van het ruimteschip en trok daar de rechterdeur van een lage ijzeren kast open. Ze pakte een zaknavi en een atmosfeermeter en liep terug naar Chris. Terwijl hij met de zaknavi aan de slag ging, liep Eavan terug naar de cockpit, zette de meter aan en richtte die op de voorruit, daar waar de tak erdoorheen was gegaan. Ze realiseerde zich dat ze allang dood waren geweest als de lucht daarbuiten giftig voor hen was vanwege de barsten en de cirkel rondom de tak, maar het kon geen kwaad het exact te testen. Het atmosfeerniveau was aangegeven met vier lichtgevende blokjes op het display van het apparaat. Op het moment dat ze het ding aanzette, waren die vier blokjes groen, omdat de atmosfeer in het schip zelf perfect was afgestemd. Met bliepjes gaf het ding aan dat het bezig was met opmeten. Als twee of meer blokjes rood werden, was het te gevaarlijk om naar buiten te gaan. Na enkele tellen kleurde het allerlaatste blokje rood. Dat hoefde echter niet te betekenen dat er iets mis was met de atmosfeer. Eavan veranderde een instelling op het apparaat die rekening hield met hoogte en luchtdruk. Vervolgens gaf het display aan dat ze op een hoogte van ruim 3000 meter boven zeeniveau zaten. Ze waren dus toch in bergen neergestort, hadden alleen het geluk gehad net een dicht bos te raken.

      ‘Veilig!’ riep ze naar Chris.

      Die was al onderweg naar haar toe met een diepe frons in zijn voorhoofd. ‘Je had gelijk.’

      ‘Altijd,’ grijnsde Eavan.

      Chris liet haar de gegevens op het display van de zaknavi zien. Ze zag de planeten Yucon II en Excellar.

      ‘Voor zover ik kan zien, zijn we rechts van Excellar in die regen terechtgekomen en van de koers af gegooid,’ zei Chris. Hij wees naar het plusje dat hun ruimteschip voorstelde. ‘En daar zitten we nu.’

      Eavan boog zich wat dichter naar het apparaat toe. Ze bevonden zich inderdaad ergens rechts boven Excellar, maar zweefden op het display als het ware in het luchtledige: er was verder geen enkele planeet te ontdekken.

      ‘Hoe actueel is dat ding?’ wilde ze weten.

      Chris trok zijn mond scheef. ‘Ef, actueler kan niet.’ Daarna wipten zijn wenkbrauwen omhoog, alsof hij op dat moment pas besefte wat Eavan enkele minuten eerder al had vermoed.

      Eavan draaide haar hoofd andermaal naar de ruit. ‘Ik zeg spullen inpakken en op verkenning uit.’

      ‘En het schip dan? We kunnen het toch niet zomaar onbeheerd achterlaten? En ik laat jou er ook absoluut niet alleen op uit trekken.’

      ‘We zetten het schild in, dan is het onzichtbaar voor het ongeoefende oog. Met de navi kunnen we ook op een planeet die nog niet in kaart is gebracht wel water van land onderscheiden en een kruimelspoor maken, zodat we de boel terugvinden.’ Ze keek Chris weer aan. ‘Chris, we moeten wel. Wat als dit ‘m is en we zomaar weer weg zijn gegaan?’

      ‘We waren er nog lang niet, Ef. Dit kan ‘m niet zijn.’ Hij zette de zaknavi uit. ‘Maar desalniettemin is dit een onbekende planeet.’ Voor een moment leek hij in een tweestrijd verwikkeld en Eavan dacht te weten waar die zich om handelde: hij was van de veiligheid, van alle netjes volgens de regels doen. Maar hij had ook, net als zij, het hart van een ontdekkingsreiziger. Het was nu even de vraag wat zwaarder voor hem woog op dat moment.

      Er knipperde een lichtje in zijn ogen toen hij Eavan weer aankeek. Het hart had het van het hoofd gewonnen. ‘Laten we ons goed voorbereiden voor we eropuit gaan,’ waarschuwde hij wel.

      ‘Uiteraard,’ knikte Eavan kalm, hoewel ze vanbinnen bijna explodeerde.

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

03.01 | 18:05

zalig nieuw jaar van je moeder

...
16.10 | 22:48

Dario de lange

...
28.09 | 18:25

Ha wat denk jewel niet translate vertaalt wel maar niet 100% hoog uit 90%

...
22.09 | 07:41

Hoi Sophie!!
Wat ontzettend leuk om te lezen!!!
IK wens je nog heel veel plezier!
(zie ook mijn winactie onder Boekennieuws!)
Groetjes!!

...
Je vindt deze pagina leuk