Een kleine, zwarte steen zorgt voor een hoop ellende

De Legende van de Zwarte Steen

Dit is het eerste deel van een  De Chronieken van de Zwarte Steen

 

De 18-jarige Carlin woont met zijn één jaar jongere zus Qess en vader Bastian in een groot landhuis in Schotland. Bastian is nooit over de dood van zijn vrouw heen gekomen en heeft de opvoeding van zijn kinderen compleet overgelaten aan zijn bedienden. Vooral Qess heeft het er nog steeds moeilijk mee dat ze geen enkele aandacht van haar vader krijgt.

 

Als Qess spoorloos verdwijnt, krijgen Bastian en Carlin bezoek van een vreemde man genaamd Drin, die als kluizenaar in het bos woont. Hij vertelt hen over de Legende van de Zwarte Steen en beweert dat Qess ontvoerd is door de machtige kasteelheer Lord Revilin, die er van op de hoogte is dat zij in het bezit is van een levensgevaarlijke zwarte steen. Deze steen bevat een onbeschrijflijke macht en kan de hele wereld vernietigen. Hoewel Bastian er geen woord van gelooft, weet Carlin dat zijn zus inderdaad vreemde dingen kan, zoals objecten verplaatsen. Volgens Drin is hij de enige die Qess en de hele wereld kan redden en wel door bij hem als magiër in de leer te gaan.

 

Aanvankelijk sceptisch over zijn eigen vermogens gaat Carlin bij Drin wonen en begint aan een loodzware training. Hij ontdekt gaandeweg dat hijzelf ook over bepaalde gaven beschikt. Daarmee moet hij Qess zien te bevrijden uit de klauwen van Revilin, die de macht van de Zwarte Steen voor zich wil.

 

Hoofdstuk 1

  

De porseleinen koekjespot knalde tegen de betegelde keukenvloer en brak in stukken. De chocoladekoekjes, die Dina die ochtend luid zingend met haar ramentrillende operastem had staan bakken, lagen verspreid tussen de scherven.

      Carlin staarde zijn zusje verbouwereerd aan. Diens mond vormde het schuldbewuste woordje ‘oi’, maar vlak daarop brak er een vergenoegde grijns op haar gezicht door.

      ‘Ik zei toch dat ik het kon,’ merkte ze op.

      Een vrouwelijke kreet kondigde de aanwezigheid van Dina aan. Carlin en Qess draaiden zich tegelijkertijd om en zagen de dienstmeid met beide handen over haar mond in de opening van de keukendeur staan, haar blik gefixeerd op de resten van de koekjespot en haar koekjes.

      ‘Wat is hier geboerd?’ riep ze uit, Qess aan de kant duwend en haar omvangrijke lijf in hurkpositie bij de brokstukken brengend. ‘Mijn koekjes!’ Ze veegde wat stukjes en koekkruimels met haar handen bij elkaar. ‘En die mooie pot.’ Met een bestraffende blik keek ze vervolgens op naar Qess, die maar met moeite haar gezicht in plooi kon houden.

      ‘Jij onhandige meisje,’ brieste Dina. ‘Altijd alles schtoek maken. Oe bezorgt oew vader meer grijze haren dan goed voor hem is.’

      ‘Laat mijn vader erbuiten!’ De plotselinge felheid in Qess’ stem maakte dat Dina haar verschrikt aanstaarde.

      ‘Het kan mijn vader geen ene moer schelen wat ik doe, dus waarom zou ik me schuldig voelen als ik een of andere stomme koekjespop stukmaak?’ vervolgde Qess zichtbaar kwaad.

      ‘Maar mevrouw.’ Dina kwam overeind met een redelijk grote scherf in haar hand. ‘Deze pot had oew moeder gemaakt,’ maakte ze met een droevige blik in haar ogen haar zin af.         

      Carlin zag zijn zusje verstarren. Het volgende moment greep Qess naar zijn hand en trok hem hardhandig de keuken uit, naar de gastenkamer, waar ze de schuifdeuren met een woest gebaar achter zich dichttrok. Toen ze zich tot Carlin wendde, was er echter geen enkel spoor van wat er zojuist was voorgevallen op haar gezicht terug te vinden. In plaats daarvan glimlachte ze trots. ‘Ik zei toch dat ik het kon, Car. Zag je wat ik deed, hoe de pot van het aanrecht schoof en op de grond viel? Zag je het?’ Ze greep Carlin bij zijn bovenarmen en schudde kort aan hem.

      Ja, hij had daarnet de koekjespot van het aanrecht zien vallen zonder dat hij noch Qess het ding had aangeraakt. Qess beweerde al een tijdje dat ze dat soort dingen met haar gedachten kon doen. Ze hoefde alleen maar naar het object te staren en zich heel goed op de energie te concentreren die in haar op kwam borrelen en dan kwam het object in beweging. Het was niet de eerste keer dat Carlin haar zoiets had zien doen, maar tot u toe waren het slechts kleinere voorwerpen geweest, zoals een potlood of een haarspeld. Dit was de eerste keer dat het met iets groters en zwaarders was gelukt. Hij was dan ook diep onder de indruk, maar kon het om de een of andere reden niet opbrengen dit echt te laten merken. Hij had al eerder gemerkt dat zijn zusters kunsten hem een wee gevoel in zijn maag gaven en het begon hem heel langzaam te dagen dat hij misschien wel een beetje jaloers was, omdat hij deze dingen niet leek te kunnen. Meer dan een kort ‘knap, hoor’ kreeg hij niet over zijn lippen.

      Qess scheen zijn starre houding niet op te merken, want ze liet hem los en kwebbelde opwonden verder, terwijl ze naar een van de hoge ramen liep. Daarachter strekten weilanden en heuvels zich uit.  

      ‘Ik vraag me af hoe het komt dat ik die dingen kan. Ik ben blij dat ik jou als getuige heb, broertje, anders zou ik al snel hebben gedacht dat het alleen maar mijn eigen fantasievolle verbeelding is.’ Ze hield halt voor het raam en legde een hand tegen het glas. ‘Misschien … misschien heeft het allemaal wel een reden en ben ik voor iets groots voorbestemd.’ Voor een moment bleef ze door het raam staren. Toen draaide ze zich naar haar broer om met de vraag: ‘Zouden er meer mensen zijn die dit kunnen? Ik bedoel: dit is immers het land van de draken en zeemonsters, waarom zou er dan niet ook magie kunnen bestaan?’

      ‘Qess, dit is de eenentwintigste eeuw. Nemand gelooft hier nog in draken en zeemonsters, alleen de toeristen,’ antwoordde Carlin. ‘En precies om die reden zou ik zoiets niet aan de grote klok hangen. Je zou voor gek worden verklaard.’

      ‘Misschien is het iets anders dan magie,’ mijmerde Qess verder. ‘Misschien heeft het gewoon met het verplaatsen van energie te maken. Ik voel mijn handen en mijn binnenste heel warm worden vlak voordat het gebeurt. Wat het ook is, ik wil weten of er nog meer mensen zijn die dit hebben.’

      Ergens buiten klonk het geluid van dichtslaande portieren.

      ‘Papa is er,’ bracht Qess uit, op de schuifdeuren af vliegend. Ze wist zich ertussendoor te wurmen, terwijl ze nog niet helemaal open waren en holde door de hal naar de voordeur, die de butler Crombie net openhield voor een man met een bleek, spits gezicht met ingevallen wangen en donkerbruin, futloos haar, dat tot op zijn schouders viel.  

      ‘Goedemiddag, meneer,’ begroette Crombie de man geoefend beleefd.

      ‘Middag,’ mompelde Bastian terug, langs hem schuivend.

      Crombie maakte zich onmiddellijk op weg naar Bastians auto om diens bagage te halen. Bastian streek vermoeid door zijn haren en stokte vervolgens in zijn bewegingen toen hij zijn dochter in de hal zag staan.

      Heel even meende Carlin een zweem van een dunne glimlach op zijn vaders gezicht te zien doorbreken, maar zijn gelaat verstrakte weer zo snel dat hij het afdeed als verbeelding.

      ‘Hallo, papa, wat fijn dat je er weer bent,’ probeerde Qess niettemin. Maar Bastian was al bezig aan haar voorbij te lopen.

      ‘Papa, ik heb hoge punten voor mijn eerste tentamens gehaald,’ ging ze dapper verder, met haar vader meedraaiend. ‘Ik was een van de besten van mijn klas.’

      ‘Fijn,’ zei Bastian haast onhoorbaar. Hij liep de trap op.

      ‘Papa …’ Qess’ vingers omklemden de vergulde knop van de trapleuning.

      Carlin, die een beetje afzijdig op de drempel van het gastenverblijf was blijven staan, zag haar knokkels wit worden. Ergens boven viel een deur in het slot. Qess draaide zich met een ruk om. De tranen die in haar goudbruine ogen flitsten, veegde ze met een ruwe veeg van haar hand weg. Vervolgens greep ze naar Carlins hand en sleurde hem mee door de hal, naar de voordeur.

      ‘Kom, Carlin, we gaan lol trappen.’ Ze botste half tegen Crombie op, die een aantal tassen naar binnen aan het zeulen was. De klap was net iets te groot voor zijn magere, bejaarde lichaam en hij verloor half zijn evenwicht. Hij vond steun tegen de deurpost, maar de tassen glipten uit zijn armen.

      Qess maakte geen enkele aanstalten de arme man te helpen of zich op z’n minst te verontschuldigen, en beende zonder om te kijken verder over het kiezelpad, dat half overwoekerd werd door rozenstruiken.

      ‘Oi, oi, oi!’ waaide de jammerende stem van Dina achter Qess en Carlin aan toen ze de heuvel afrenden en een helder meer omringd met hoge bergen zich voor hen uitstrekte.

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

03.01 | 18:05

zalig nieuw jaar van je moeder

...
16.10 | 22:48

Dario de lange

...
28.09 | 18:25

Ha wat denk jewel niet translate vertaalt wel maar niet 100% hoog uit 90%

...
22.09 | 07:41

Hoi Sophie!!
Wat ontzettend leuk om te lezen!!!
IK wens je nog heel veel plezier!
(zie ook mijn winactie onder Boekennieuws!)
Groetjes!!

...
Je vindt deze pagina leuk