De Laatste Zucht van de Zomer

Een griezelige thriller over biseksualiteit en wraak

Tijdens een vakantie in Portugal met haar ouders en haar twee beste vrienden Nick en Noah komt de 18-jarige Caro er achter dat haar vader Wyn aan een lugubere ziekte lijdt, die levensgevaarlijke wonden veroorzaakt en haar de ijskoude rillingen bezorgt. Daarnaast kampt ze met het feit dat ze niet alleen op jongens valt.

Als ze de mysterieuze, maar hartelijke vrouw Pia ontmoet, die in een huisje vlak bij hun appartementen woont, sluiten de twee vriendschap en wordt Caro zich er meer en meer van bewust waar haar hart werkelijk ligt.

Ondertussen raakt ze verstrikt in een afschuwelijke wraakmissie, gericht op iemand die lang geleden een jong meisje gruwelijk heeft mishandeld en voor het leven verminkt.

 

Proloog

 

Ik wou dat ik had kunnen schreeuwen. Dat ik haar had kunnen tegenhouden. Op het moment dat ze over de drempel stapte, de deur achter zich dichttrok en wegging, eindigde mijn normale leven. Want ik wist heel goed wat er gebeurde als mama wegging. Als ze mij met hem alleen liet.

      Ik voelde zijn hand op mijn schouder, terwijl ik toekeek hoe mama uit het zicht verdween. Toen zijn lippen bij mijn oor en zijn alcohollucht in mijn neus.

      ‘Ze is pas overmorgen weer terug,’ zei hij met die diepe, dreigende stem die mijn nekhaartjes overeind deed staan.

      Ik merkte dat ik begon te beven, dat de angst zich als prikkeldraad over mijn hele lijf uitbreidde.

      ‘Dus ik heb ditmaal extra lang plezier van je, zusje.’

      Het leek hem altijd extra op de winden als hij onze bloedverwantschap aanhaalde. Alsof de dingen die het meest verboden waren op deze wereld hem tot het hoogste niveau van extase brachten.

      Zijn hand zocht zich een weg onder mijn rok en wrong zich tussen mijn dijen. Twee vingers drongen onder de stof van mijn onderbroek bij me naar binnen. Ik hield mijn adem in. Hij beet in mijn oorlel. Zijn vingers wroetten zo hard in me rond dat de tranen spontaan in mijn ogen sprongen. Hij ging er even mee door, maar geduld was nooit zijn sterkste kant geweest; hij wist niet hoe snel hij me mee moest sleuren. Naar de slaapkamer van mama. Het rook er altijd naar vanille. Mama was dol op die geur. Maar ik was die geur inmiddels gaan haten, omdat hij gepaard ging met levensechte nachtmerries.

 

Hoe het is begonnen? Ik weet het niet eens meer zo goed, ik heb het te diep weggestopt. We konden altijd zo goed met elkaar opschieten, hij was altijd een bijzonder lieve broer. Vooral toen ik nog heel klein was en papa nog leefde, toen was hij de beste broer die iemand zich maar kan wensen. Er zat een leeftijdsverschil van zes jaar tussen ons, maar dat heeft nooit uitgemaakt. Hij heeft altijd de tijd voor me genomen, om met me te spelen, zelfs met mijn poppen die toch eigenlijk niets voor hem waren. Hij heeft altijd braaf deelgenomen aan mijn theekransjes en we hadden zoveel lol samen gehad. Hij luisterde naar mijn verhalen over mijn vriendinnetjes, over die ene jongen die ik zo leuk vond.

      Ik weet niet of het is veranderd op het moment dat mijn lichaam begon te veranderen en dat van hem er al heel erg lang klaar voor was. Ik weet het niet meer, omdat het samenviel met dat verschrikkelijke ongeluk. Mama was niet eens thuis geweest: we zaten op haar en papa te wachten, ze moesten elk moment van hun werk komen. Maar het enige dat van papa nog thuis kwam, waren zijn tas, zijn beurs en zijn jas. Daarna is alles zo verschrikkelijk veranderd. Mama probeerde wel sterk te zijn, maar ze lachte alleen nog maar gedwongen naar ons. En hij …

We stonden toen ook naar mama te zwaaien terwijl ze naar een grote, belangrijke bijeenkomst ging. Dat gebeurde een keer in de zoveel tijd. Ik weet alleen nog dat hij vlak achter me stond en dat zijn handen opeens om mijn vroeg ontwikkelde borsten zaten. Ik worstelde natuurlijk: ik begreep totaal niet wat me overkwam, waarom hij opeens zo raar en bedreigend was. Na een stomp in mijn maag had hij me met mijn knieën op de bank gedrongen. Het was blinde angst geweest die me ertoe aan had gezet me verder te verweren, te schoppen, te gillen terwijl hij mijn armen stevig op mijn rug hield. Maar het zakmes had me doen zwijgen. Hij had het op mijn keel gehouden terwijl hij zijn daad had verricht. Hij had gemakkelijk mijn slagader door kunnen snijden als hij wat roekelozer was geweest.

      Vlak daarop had hij het luik in mama’s kast gevonden.

 

Hij hield me stevig in mijn nek vast terwijl hij de deur van de enorme inloopkast open schoof, helemaal in de hoek van de kamer. Mama had daar haar jurken hangen. Ook nog het trouwpak van papa, waar ze maar geen afstand van kon doen. De vloer van de kast was bekleed met donkergrijs tapijt.

      ‘Maak het open en kruip erin,’ beval hij me, licht buiten adem van aanzwellende opwinding.

      Dat was nieuw: hij had mijn gevangenis altijd zelf geopend, had me er altijd met veel geweld in geduwd. Want hij wist dat ik niet weg zou rennen, dat ik niet zou proberen te vluchten. Dat ik zo mak als een lammetje was geworden. Die ene keer dat ik me had verzet, de allereerste keer, was meteen de laatste geweest. Ik wist wel beter.

      Hij gaf me een venijnige duw waardoor ik tussen mama’s kleding half de kast in tuimelde. ‘Doe het!’ knarsetandde hij.

      Ik schoof de kleding naar een kant van de rails waar de hangers aan hingen en zakte door mijn knieën. Ik pakte de punt van het donkergrijze tapijt en tilde het op, zodat het vierkante luik in de betonnen vloer eronder bloot kwam te liggen. Ik haakte mijn wijsvinger in het halfronde gaatje aan een rand van het luik en wist het vrijwel moeiteloos op te tillen. Daaronder gaapte mijn gevangenis als de bek van een bloeddorstig, donker monster. Ik voelde hoe al mijn spieren weerstand boden: ik zou er alles voor geven om niet meer in dat hol te hoeven. Ik keek hem smekend aan: een vruchteloze poging die alleen maar resulteerde in een hardhandige stoot in mijn zij.

      ‘Als je nou niet snel maakt dat je in dat hol komt, maak ik je benen, begrepen?’

      Begrepen. Ik wist wat dat inhield, ‘mij benen maken’. De pijn zou ondraaglijk zijn. Ik zou aan mama moeten uitleggen dat ik wéér was gevallen, dat ik me wéér had gestoten, dat ik wéér onhandig met het broodmes was omgesprongen. En ik wilde niet liegen tegen mama. Haar bezorgdheid deed soms zelfs nog meer pijn dan wat hij met me deed.

      Ik kroop de ruimte onder de kledingkast in. Er was net genoeg ruimte voor twee mensen. Niet dat het hem had tegengehouden als er minder ruimte was geweest. Hij was verbazend vindingrijk op dat vlak, had ik al gemerkt.

      Toen ik er eenmaal in was, klom hij ook door het gat, wat bij hem net iets lastiger ging dan bij mij. Hij liet het luik open, voor wat licht. En daar was het bekende touw dat mijn handen zou knevelen. Voor zolang als mama weg was. Hij bond mijn polsen met zware kreungeluiden op mijn rug bij elkaar en drukte me vervolgens zo hard op de betonnen vloer van het hol dat de lucht uit mijn longen sloeg. Zijn lippen en tong gleden met veel gehijg over mijn gezicht en mijn hals. Hij duwde mijn truitje omhoog, bewerkte mijn borsten, kneep er zo hard in dat ik een gil moest onderdrukken.

      ‘Mm, dat is veel te lang geleden,’ hijgde hij tussen al het gelik door. Ik bevond me op het randje van overgeven en probeerde uit alle macht niet aan het kokhalzen toe te geven. Hij schoof mijn rok omhoog, trok mijn onderbroek uit. Als een everzwijn dat naar truffels zoekt, begon hij me weer met zijn vingers te bewerken. ‘Garmi …,’ kreunde hij, wat maakte dat ik weer bijna een gil slaakte. Hij vond het leuk mij zo te noemen, omdat dat de koosnaam was die papa mij had gegeven toen ik nog heel klein was geweest. Vanwege mijn dikke, donkere haren en mijn donkerbruine ogen, die ik van onze Indische overgrootouders had geërfd, en vanwege het feit dat ik in de zomer was geboren. Want ‘garmi’ was Hindi voor ‘zomer’. Dat vond ik nog vreselijker dan wanneer hij me simpelweg zusje noemde, want het haalde de band die ik met papa had gehad op een pijnlijke, verdorven manier aan.

      Hij maakte zijn broek los en kwam weer op me liggen. Ik voelde zijn harde geslacht toen hij mijn benen van elkaar trok en verstijfde instinctief terwijl hij probeerde bij me binnen te dringen.

      ‘Ontspan je!’ gromde hij geërgerd. ‘Je weet dat het alleen maar meer pijn doet als je je weert!’ Niet dat dat hem zoveel uitmaakte. Of ik pijn leed. Dat moest zelfs van hem. Maar hoe meer ik tegenwerkte, hoe meer pijn het ook hem deed.

      Hij sloeg me hard in mijn gezicht en in die ene tel dat ik naar adem snakte van de pijn, duwde hij zich met brute kracht in me.

      Ik gilde. Fout.

      Een tweede slag in mijn gezicht. Daarna perste hij zijn mond op te mijne en liet zijn tong rond woelen, terwijl hij begon te bewegen. Zijn lichaam schokte, zijn gekreun werd dieper, zijn gehijg sneller. En de pijn vlamde door mijn binnenste, raakte me diep van binnen en beschadigde alles wat er nog over was van mezelf. Op zijn hoogtepunt bereikte ik een diepe put die nog donkerder was dan het hol waar hij me in gevangen hield om me te verkrachten wanneer hij maar wilde en waar ik mentaal nooit meer uit zou komen.

      En toen hij zwetend over me heen viel met zijn geslacht nog kloppend in me, wist ik dat het tijd was. 

 

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

03.01 | 18:05

zalig nieuw jaar van je moeder

...
16.10 | 22:48

Dario de lange

...
28.09 | 18:25

Ha wat denk jewel niet translate vertaalt wel maar niet 100% hoog uit 90%

...
22.09 | 07:41

Hoi Sophie!!
Wat ontzettend leuk om te lezen!!!
IK wens je nog heel veel plezier!
(zie ook mijn winactie onder Boekennieuws!)
Groetjes!!

...
Je vindt deze pagina leuk